Onder het Oog van de berg staan stenen wezens op, werpen wallen van zee op en houden Kwijn tegen.
In het Kwijn, waar ooit geometrische gebouwen stonden, bevinden zich nu alleen Brim-omhulsels.
De laatste der Tijdoudsten ontkwam niet aan het Kwijn en de tijd werd gedestabiliseerd.
Een mobiele behartiger moet Nodus helpen de tijd te stabiliseren & opmars van het Kwijn te stoppen.
De Oudsten manipuleerden de tijd om de opmars van het Kwijn te vertragen. En dat werkte eventjes.
Het Oog van de berg bezag de nadering van het Kwijn en fluisterde om hulp van iemand anders.
Enorme hybride organismen werpen met krachtige stralen licht op de kwetsbaarheid van het Kwijn.
De Beschermers redden iedereen binnen bereik maar verstarring deed het Kwijn in de schaduw groeien.
De Verspilden versmolten met andere wezens voor een grotere brandende straal. Het was niet genoeg.
De Kern stuurde zijn verdorde tentakels om alles te absorberen en zijn holle bestaan te behouden.
Het Oog van de berg nam een verwant wezen waar met de essentie om zijn uitdovend licht te herleven.
De Wachter ontwaakte toen het Kwijn faalde, gebonden om het leven buiten deze plek te herstellen.
Hoewel de Wachter weg was, gold dat ook voor het Kwijn. Het leven bloeide weer op.